|
|
|
 |
Beleidsplan 2007-2010
|
Maart 2007
|
Inhoudsopgave
Introductie
Samenvatting: Wat kan beter?
1. Vergroten kennis bij het publiek
2. Verbeteren kennis eerste lijn en aanpalende specialismen
3. Vergroten kennis over slaapcentra
4. Verbeteren diagnoseproces
5. Transparante keuze behandeling
6. Ontwikkeling integrale behandelplannen
7. Goed structureren van de proefperiode
8. Keuzevrijheid en vergoedingsregeling
9. Standaardverstrekking meting therapie-effectiviteit
10. Hoofdlijnen diagnose en behandeling
Ieder jaar maken we weer de balans op. We betrekken daarbij
onderzoek, de laatste ontwikkelingen en inzichten en zetten de
lijnen voor de toekomst uit. Wie eerdere beleidsplannen en
dossiers gelezen heeft zal hier en daar bekende stukken
tegenkomen. Het is een voortschrijdend plan. We voegen iedere
keer iets toe, schrappen en scherpen aan. We beginnen
traditioneel met een samenvatting. Daarin geeft ieder kopje aan
wat we willen doen/ bevorderen. Daaronder staat waarom: vanwege
de gevolgen voor de patiënt (P) en de maatschappelijke gevolgen
(M) als er verder niets gebeurt.
Rond ieder van deze onderwerpen hebben we een hoofdstuk
geschreven waarin we dit nader onderbouwen en beargumenteren
vanuit de huidige praktijk en onderzoek. En natuurlijk over wat
er door verschillende partijen ondernomen wordt, of zou moeten
worden, om het beter te laten lopen. Je leest ook wat de
ApneuVereniging op dit gebied onderneemt.
Samenvatting: Wat kan er beter?
|
1. Vergroten kennis bij het publiek
Patiënt: Tienduizenden
patiënten lopen onbehandeld rond met alle schade voor eigen
gezondheid, werk en gezin.
Maatschappelijk: De
maatschappelijke kosten van onbehandelde osas zijn hoog. Veel
patiënten komen onnodig in de WAO. Het gaat hierbij om minimaal
250 miljoen Euro aan uitkeringen per jaar die bespaard zouden
kunnen worden.
2. Verbeteren kennis in eerste lijn: huisartsen en
arbo-artsen en bij specifieke specialismen: met name
hartspecialisten, psychologen en psychiaters.
P Nog te vaak een onjuiste
diagnose. De patiënt loopt van het kastje naar de muur in het
medisch circuit. Geen of niet adequate behandeling met alle
bijkomende gevolgen.
M Dit levert overbodige
kosten op voor niet adequate medische behandeling. Hierbij gaat
het om zo’n 60-80 miljoen Euro per jaar.
3. Vergroten kennis over slaapcentra
P Verkeerde verwijzingen.
Patiënt doolt langer door medisch circuit dan nodig en
wenselijk.
M Niet tot stand komen van
gebundelde kennis en expertisecentra. Ontwikkeling van het vak
blijft achter. Behandeling niet optimaal.
4. Verbeteren diagnoseproces
P Door gecompliceerd
diagnoseproces veel bezoeken met wachtlijsten. Lange
doorlooptijden.
M Onnodig verzuim op het
werk van de patiënt. Grote aantallen in onderzoek tegen hoge
kosten. Ook niet-patiënten gaan door dure molen en nemen
schaarse capaciteit. Sluipende erosie van de diagnose in de
praktijk.
5.Transparante keuze behandeling
P Duidelijkheid voor de
patiënt
M Meer duidelijkheid voor
verwijzer en verzekeraar
6. Ontwikkeling integrale behandelplannen
P Patiënt ontvangt vaak maar
deeloplossing. Dit levert combinatie van gemiste kansen en
verspilde moeite.
M Aantal arbeidsongeschikten
blijft hoger dan noodzakelijk en gewenst. Belasting op medisch
apparaat blijft. Verspilling medische kosten.
7. Goed structureren proefperiode
P Groter aantal patiënten
dan nodig haakt af en blijft met klachten zitten, met alle
gevolgen etc..
M Door onduidelijkheid over
slagingspercentages geen controle op verstrekking. Er valt niet
te sturen naar effectievere aanpak. De maatschappelijke kosten
van niet behandelde osas zijn hoog (zie eerste punt).
8. Keuzevrijheid en vergoedingsregeling
P Patiënt ligt ieder uur van
de nacht, 365 nachten per jaar gedurende verdere leven naast een
pomp en heeft geen enkele invloed op keuze van leverancier of
merk.
M Collectieve contracten en
een ingewikkeld bruikleen- en opslagsysteem met groot aantal
administratieve verplichtingen voldoen niet aan de intentie van
de wetgever om waar mogelijk de patiënt zelf invloed te geven.
9. Standaardverstrekking meting therapie-effectiviteit
P Onvrede door
onduidelijkheid over het effect van de behandeling. Extra
bezoeken aan specialisten.
M Meting
therapie-effectiviteit is logische component in aanpak waar
afgezien wordt van periodieke controle door medisch specialist
en doet recht aan opvatting wetgever over mondige patiënt. De
besparing aan medische controles is een veelvoud van de
benodigde investering in meting therapie-effectiviteit.
1.
Vergroten kennis bij het publiek
|
Prima standpunten
Iedere vader die zich door zijn stemmingswisselingen van zijn
kind vervreemdt, is er één teveel. Het is vreselijk, als je daar
alleen al aan denkt. Dat is onomkeerbaar.
Het is heel jammer als spanning in relatie en gezin ontstaat
door energiegebrek of een kort lontje van één van de partners.
Het is te zot als iemand zijn baan verliest door slaperigheid,
gebrek aan concentratie of moeizame omgang met collega’s, als je
weet dat dat te voorkomen was geweest.
Politiek relevant
De haren rijzen je te berge, als je de verhalen leest van mensen
die jarenlang aan het tobben zijn voordat duidelijk is, dat ze
osas hebben. Voor politiek en beleidsmakers worden die gegevens
pas interessant als het om grote aantallen gaat. Volgens een
becijfering van enige jaren geleden, die sindsdien in
professionele kringen gehanteerd wordt, zouden er in Nederland
zo’n 60 duizend osas-patiënten zijn.
Volgens een aantal professionals in de zorg liggen de werkelijke
getallen nog veel hoger. Gebaseerd op de vergrijzing van de
bevolking en de gestaag oplopende gewichtstoename zouden er in
Nederland wel 200 duizend patiënten zijn. Daarvan zijn er tot
2006 zo’n 20 duizend gediagnosticeerd. Dus er lopen nog minimaal
40 duizend mensen ongediagnosticeerd rond. Zo’n 30% daarvan komt
in de WAO terecht. De som aan uitkeringen die hiermee gemoeid is
bedraagt minimaal 250 miljoen Euro per jaar. Een groot deel, zo
niet alles was te voorkomen geweest bij een tijdige en juiste
diagnose.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
Voorlichting is de kerntaak van de ApneuVereniging. Zij
verzamelt kennis en verspreidt deze via het ApneuMagazine,
ApneuSite en regionale informatiebijeenkomsten. We zoeken
regelmatig de publiciteit door persberichten en interviews. Zo
was het afgelopen jaar in veel kranten en tijdschriften te lezen
over de gevolgen van apneu.
Het ApneuMagazine werd ingrijpend vernieuwd. Aan de ApneuSite
wordt stelselmatig gebouwd en blijkt een belangrijke bron van
informatie voor velen. Het aantal regio’s met bijeenkomsten
breidt gestaag uit. We werken bij de voorlichting graag samen
met alle partijen. Bijvoorbeeld voorlichtings-bijeenkomsten in
samenwerking met de slaapcentra. Zo werden in 2006 ook
belangrijke successen geboekt in samenwerking met leverancier
Resmed. Deze lijn van voorlichting en publiciteit wordt ook het
komende jaar doorgezet.
2.
Verbeteren Kennis eerste lijn en aanpalende specialismen
|
De klachten van osas zijn vaag als je er niet op verdacht bent.
Te vaak horen we terug dat patiënten jaren tobben, totdat ze
ergens in de krant over apneu lezen en dit idee zélf bij de
huisarts naar voren brengen. Uit het Tevredenheidsonderzoek van
de ApneuVereniging kwamen naast zeer hoge cijfers, voor een deel
van de huisartsen zéér lage rapportcijfers, zoals je die zelden
in een onderzoek ziet. Bijna de helft geeft een onvoldoende aan
de huisarts. 17% zelfs een 1.
Dit wordt veroorzaakt door géén of een onjuiste diagnose. Het
getob van patiënten en nodeloze rondjes draaien in het medische
circuit is natuurlijk naar en levert veel onnodige kosten op.
Maar het ernstigst is natuurlijk, dat als een goede diagnose
achterwege blijft, patiënten grote onherstelbare vervolgschade
krijgen, of lichamelijk (hartfalen), of hun werk verliezen. Ook
de specialisten waarnaar verwezen wordt, zouden beter op de
hoogte moeten zijn om onnodig medisch handelen te beperken. We
denken dan aan Arbo artsen, cardiologen, psychologen en
psychiaters (burn out).
Ook hier is verbetering van de voorlichting de remedie.
Naast de algemene voorlichting richt de ApneuVereniging zich ook
tot de vakbladen door het aanleveren van persberichten,
artikelen en het geven van interviews.
De ApneuVereniging geeft bijvoorbeeld ook regelmatig
voorlichting aan verpleegkundigen.
Een succes is bijvoorbeeld de voorlichtings-DVD die door het St.
Anna ziekenhuis in Geldrop is ontwikkeld en die o.a. door de
ApneuVereniging wordt verspreid.
In 2006 hebben we extra aandacht gegeven aan co-morbiditeit. Dat
wil zeggen, aandacht gegeven aan ziekten die regelmatig in
verband met osas worden genoemd bijvoorbeeld obesitas, hoge
bloeddruk, hartfalen en beroertes. Wat er via het Symposium in
2006, het Dossier en de enquête op tafel kwam is dermate
verontrustend dat we in 2007 en volgende jaren extra aandacht
zullen geven aan co-morbiditeit. We zullen daartoe de Medische
Adviesraad revitaliseren.
3.
Vergroten kennis over slaapcentra
|
Bij de niet altijd adequate kennis van de huisartsen komt, dat
als zij willen verwijzen, het niet altijd duidelijk is naar wie
of wat. Ervaring met de diagnose van apneu en osas is namelijk
niet bij alle ziekenhuizen aanwezig. Dat is belangrijk omdat een
goed samenwerken van 3 specialismen (longartsen, KNO en
neurologie) vereist is en poly-somnografisch onderzoek verricht
moet worden. In 2004 is door de ApneuVereniging een
inventarisatie gemaakt. Sindsdien is dit overzicht voortdurend
geactualiseerd.
Op een totaal van zo’n 200 ziekenhuizen in
Nederland blijkt er bij ruim 60 ervaring te zijn met de diagnose
van osas. Soms zijn er gespecialiseerde slaapklinieken. Soms
gaat het om medisch specialisten die gesteund door enkele
vakbroeders de meest evidente gevallen van osas aan een cpap
helpen. Dan komt er nog bij dat per kliniek niet duidelijk is
naar welk specialisme je als huisarts moet verwijzen. Voor osas
kan dat zowel de longarts, KNO specialist of neuroloog zijn. En
bij sommige klinieken luistert dat nauw omdat de interne
doorverwijzing niet altijd goed geregeld is.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
Op de website van de ApneuVereniging is onder /diagnose een
overzicht te vinden van
de klinieken met hun profiel. Dit wordt regelmatig
geactualiseerd. Het vormt een van de best bezochte delen van de
site.
De ApneuVereniging voelt gaandeweg wel de behoefte aan een soort
van classificatie want de verschillen in benadering tussen de
verschillende klinieken zijn erg groot. Er is Europese
regelgeving in ontwikkeling wat betreft accreditatie, maar het
laat zich aanzien dat de ontwikkeling op dit gebied stroperig
zal zijn. In overleg met de Medische Adviesraad zullen we
bekijken of er een indeling te ontwerpen is die op korte termijn
enige helderheid kan bieden aan de buitenwacht: professionals en
patiënten.
4. Verbeteren diagnoseproces
|
Er komt heel wat (teveel?) bij kijken
In principe is het heel eenvoudig. Als je overdag klachten hebt
en in de nacht méér dan 15 keer per uur ademstilstanden hebt van
méér dan 10 seconden, dan heb je osas. Je partner kan het
meestal zelfs zonder stopwatch in de hand vaststellen. Maar
verder is het klachtenbeeld van osas vrij diffuus: gebrek aan
energie, slecht slapen, snurken, concentratieverlies etc. Dat
kan bij meer ziektes voorkomen. En zeker als iemand overgewicht
heeft en wellicht nog hoge bloeddruk en hartklachten, wordt het
toch even goed opletten. Ook natuurlijk om vast te stellen wat
de beste behandeling is.
Kortom voor de diagnose van osas zijn 3 medisch specialisten
nodig. In de meeste klinieken ieder met eigen spreekuren en
assistentes. Het is voor de patiënten even laveren om afspraken
te maken. Het kost wat tijd (en verzuim op het werk). Er komt
hier en daar nog wat onderzoek en foto’s bij. De doorlooptijd is
niet zelden enkele maanden.
En dan is er het klinische polysomnografische onderzoek (PSG)
waarbij in een half uur tot drie kwartier sensoren op het lijf
worden geplakt, je een aantal uren in het ziekenhuis moet zien
te vermaken tot je naar bed kan. Je mag bij sommige klinieken
ook naar huis met de apparatuur. Na die nacht vergt het minimaal
één uur voor laboranten of osas verpleegkundigen om de gegevens
uit te lezen en te interpreteren. De behandelende specialist
heeft ook minstens een half uur nodig en wellicht nog wat
overleg met collega’s, dat vraagt ook wel weer enkele weken.
Kortom na enkele maanden kan onomstotelijk vastgesteld worden:
deze meneer of mevrouw heeft osas.
Scheiden van bokken en schapen
Een tandje minder voor een deel van de patiënten: dubbele
standaard
Intake versnellen door internet
Selectiever door screenen
Iets eenvoudiger door andere diagnosetechniek
Gericht inzetten van poliklinisch onderzoek
Optimaliseren van het proces
Scheiden van bokken en schapen: bijvoorbeeld Sleepstrip
Je zou op de eerste plaats verwachten dat er veel aan gelegen is
om dit dure diagnoseproces selectief in te zetten. Betrouwbare
gegevens zijn niet beschikbaar. Maar in vakkringen worden wel de
indicaties gegeven dat het bij patiënten die zich bij
slaapcentra aanmelden in méér dan 50% van de gevallen níet om
osas gaat. De noodzaak om bokken van schapen te scheiden wordt
dus ook in de praktijk gevoeld. Sommigen wijzen er daarbij
fijntjes op, dat nu onderzoek naar snurken niet meer vergoed
wordt, er klinieken zijn die er onderzoek naar osas van maken,
omdat dit wel vergoed wordt. (NB Er zijn méér dan 1 miljoen
stevige snurkers.) Zo dragen snurkers bij aan de wachtlijsten en
de kosten voor osas onderzoek. In sommige landen zijn vrij
eenvoudige technieken in gebruik om een indicatie te krijgen of
klachten mogelijk samenhangen met osas. Zo is er de Sleepstrip
die voor een paar dollar als een soort door de patiënt zelf te
hanteren zwangerschapsproef ingezet zou kunnen worden.
Een tandje minder voor een deel van de patiënten: dubbele
standaard
Het hele diagnoseproces is volgens medisch specialisten
ingericht op de moeilijkste gevallen met de grootste
complicaties, terwijl volgens diezelfde specialisten zo’n 80-90%
niet moeilijk en gecompliceerd is. Het zou niet zo ingewikkeld
moeten zijn om indicaties te ontwikkelen wanneer een eenvoudig
en snel diagnoseproces gerechtvaardigd is. Te denken valt aan
bijvoorbeeld de Body Mass Index (BMI). Het vaststellen daarvan
kan in een paar minuten zonder kosten. Het zorgvuldige (en dure)
diagnoseproces blijft daardoor beschikbaar voor die situaties
waar complicaties verwacht worden. Opvallend is dat nu in
praktijk (zonder toetsing van de criteria) al een dergelijke
benadering met twee snelheden gehanteerd wordt. Er is een groot
aantal klinieken dat kiest voor een snelle eenvoudige werkwijze.
Moeilijkere patiënten worden doorverwezen naar de sinds jaar en
dag gespecialiseerde slaapcentra. Daar is wellicht niks mis mee.
Alleen wordt deze aanpak door de huidige osas-richtlijn niet
gelegitimeerd.
Intake sneller en selectiever bijvoorbeeld gebruik internet
Er is in de loop van de tijd een aantal vragenlijsten ontwikkeld
die bij de diagnose gebruikt worden. In een aantal klinieken
worden de vragen via internet afgenomen en verwerkt. Het
voordeel is evident. De patiënt voert op zijn gemak in eigen
tijd zijn gegevens in. De kliniek heeft tevoren een indruk van
de ernst van de klacht; weet of iemand eventueel versneld moet
worden opgeroepen; en weet welke specialismen er in eerste
instantie gereed moeten zitten. Door koppeling aan het
patiëntendossier is het een prima middel om de doorloop van de
diagnose te controleren. Er ontstaat bovendien zo een prima
database voor toekomstige optimalisatie van het diagnoseproces.
Selectiever door screenen: MicroMesam, Apneulink of
zuurstofsaturatiemeting
Er is een aantal kleine en handzame apparaten in de handel, die
groot gebruiksgemak paren aan eenvoudige uitlezing en daardoor
prima als goedkoop en snel screenings-middel kunnen worden
ingezet. Zo wordt in buitenlands onderzoek regelmatig de
MicroMesam genoemd. Ook uit Nederlands onderzoek blijkt dat door
de MicroMesam iedereen met osas feilloos uit een groep met
proefpersonen werd gehaald. Er was enige ‘overdiagnose’: er werd
door de MicroMesam een aantal proefpersonen genoemd die mogelijk
osas zouden hebben en die het later niet bleken te hebben. Voor
een screenings-apparaat is dat geen bezwaar. Veel klinieken
passen ook zuurstofsaturatiemeting of Apneulink als
screeningsmethode toe.
Iets eenvoudiger: Watchpat
Er zijn ook apparaten die claimen de dure polysomnografie te
kunnen vervangen. Zo’n apparaat is de Watchpat. Anders dan de
geijkte metingen, die zich richten op ademhaling,
hersenactiviteit en spierspanningen (REM), wordt bij de Watchpat
ook het spanningsverschil in de aderen als een belangrijke
indicator gezien. Met iedere apneu krijgt de spanning in de
aderen een klap. De Watchpat is een grote handschoen met
apparatuur, die betrekkelijk makkelijk aan te trekken is en zeer
makkelijk uit te lezen. Uit onderzoek blijkt dat iedereen die
volgens de Watchpat osas heeft, dat volgens de PSG ook
daadwerkelijk heeft. Hierbij was sprake van enige
‘onderdiagnose’: er waren nog enkele mensen met osas, die door
de Watchpat niet herkend waren. Dat maakt het apparaat niet
geschikt voor screening. Maar het zou, als de medische wereld de
metingen verder betrouwbaar vindt, prima in niet complexe
situaties ingezet kunnen worden ter vervanging van
polysomnografie.
Poli-klinische mobiele polygrafie: embletta
We kennen al geruime tijd de polygrafie met apparatuur die de
patiënt mee naar huis neemt bijvoorbeeld de Embletta. Dit
scheelt dure klinische opname. Je krijgt de indruk dat bij het
opstellen van de osas-richtlijn deze apparatuur vooral gezien
werd als screenings-apparaat. In een latere fase zou alsnog
volledige polysomnografie plaatsvinden. Op dit moment wordt in
een toenemend aantal klinieken deze apparatuur ingezet ter
vervanging van het dure klinische onderzoek.
Optimaliseren proces
De verschillen in doorlooptijden tussen klinieken zijn groot,
zonder dat er aanwijsbare andere diagnostische activiteiten
plaatsvinden. De structuur van maatschappen van specialisten die
ieder hun eigen verhouding tot de ziekenhuisorganisatie hebben,
leidt niet automatisch tot een goed geolied geheel. Zeker niet
in een diagnostisch proces waarbij meerdere specialismen nodig
zijn. Er is op dit gebied bij het merendeel van de klinieken nog
een stevige efficiency slag te maken.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
De ApneuVereniging juicht het van harte toe dat wegen worden
gezocht om het diagnoseproces waar mogelijk efficiënter en
effectiever te maken. Maar wij zijn geen medisch specialisten.
Onze bijdrage bestaat uit:
Signaleren dat er in de praktijk naast de polysomnografie een
groot aantal diagnostische technieken ingezet worden, die niet
gelegitimeerd worden door de osas-richtlijn.
De ApneuVereniging is vertegenwoordigd in de commissie die de
nieuwe osas-richtlijn ontwikkelt. Zij is gevraagd vanuit de
erkenning dat naast medische afwegingen ook patiënten belangen
een rol spelen.
Zij wil bevorderen dat in de nieuwe osas-richtlijn de technieken
die in Nederland in gebruik zijn op hun waarde worden geschat
voor het efficiënter maken van het diagnoseproces. Zij zullen
beargumenteerd al dan niet een plek toegewezen moeten krijgen in
het diagnoseproces.
In kaart brengen van binnen- en buitenlands onderzoek op het
gebied van diagnose en behandeling vanuit het perspectief van de
patiënt.
Blijven inventariseren van de ‘best practices’ in Nederland
zoals deze door onze leden ervaren worden en daarover
rapporteren. Er is een aantal klinieken die met goed geoliede
processen korte doorlooptijden weten te realiseren. Waar zit dat
in? Hoe doen ze dat?
Bij de zorginkopers van de grote verzekeraars bestaat een
toenemende neiging om voorkeuren uit te spreken voor bepaalde
poliklinieken en diagnoseprocessen. De ApneuVereniging zal zich
samen met verzekeraars actief inzetten bij het ontwikkelen van
transparante criteria voor het beoordelen van klinieken en
diagnoseprocessen. (zie hiervoor ook accreditatie)
5. Transparante keuze
behandeling
|
Volgens de osas-richtlijn uit 2001 is de cpap de behandeling van
de eerste voorkeur. Maar de tijd gaat verder. Selectiever
opereren zou in een aantal gevallen steeds succesvoller zijn. De
MRA zou bij lichte en gematigde osas een steeds aantrekkelijker
alternatief vormen. Snurkpoli’s richten zich ook op osas. Een
gezonde nachtrust is business. Gezien de geluiden van onze leden
kunnen wij ons niet altijd aan de indruk onttrekken dat het
specialisme van de specialist waarnaar je (vaak toevallig) voor
de eerste keer verwezen wordt, een belangrijke rol speelt bij de
keuze van de behandeling.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
In het kader van de nieuwe osas-richtlijn wordt veel
internationaal onderzoek op een rij gezet. De ApneuVereniging
wil helpen bevorderen dat eenduidige en transparante criteria
worden ontwikkeld.
Het ApneuMagazine ontwikkelt zich steeds meer tot een platform
voor iedereen die bij behandeling en diagnose betrokken is. De
ApneuVereniging zal de ontwikkeling in de behandeling actief
blijven volgen en daarover rapporteren.
6. Ontwikkeling integrale
behandelplannen
|
Het is eigenlijk verbazingwekkend dat die hele
multidisciplinaire diagnostische machine puur ingezet wordt om
onomstotelijk vast te stellen dat het osas is. Om vervolgens
osas, meestal met de cpap te gaan behandelen. Dat is om
verschillende redenen vreemd:
Osas kent een omvangrijke co-morbiditeit. Recent onderzoek onder
de leden van de ApneuVereniging bevestigt dit beeld uit de
medische literatuur. Het gaat hierbij NB om patiënten die al met
de cpap behandeld worden.
In de periode voorafgaand aan de diagnose zijn patiënten op
grote schaal (soms ten onrechte) gediagnosticeerd voor
allerhande andere kwalen (bijvoorbeeld depressie, burn out).
Iemand zal moeten kijken hoe het daar nu mee zit (bijvoorbeeld
of het slikken van antidepressiva of psychiaterbezoek gestaakt
kan worden).
Er is door een jarenlang onbehandelde osas op allerlei gebied
vaak vervolgschade ontstaan van hartfalen, hoge bloedruk tot
seksuele abstinentie. Een deel van de behandeling hiervan zal
opgestart moeten worden of worden voortgezet, een deel kan
worden afgebouwd. Sommige kwalen kunnen juist dankzij de cpap
juist nu effectiever behandeld worden (obesitas).
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
Bij de Algemene Ledenvergadering 2006 was het thema
co-morbiditeit. In september verscheen in het ApneuMagazine een
dossier over dit onderwerp. In de enquête in het najaar werd een
uitgebreide vraag opgenomen. Uit dit laatste blijkt: het
voorkomen van andere klachten was vóór de behandeling met de
cpap zéér groot, maar is nu ondanks de behandeling nog steeds
omvangrijk. Het onderwerp zal in 2007 en 2008 nog verder in
samenwerking met de Medische Adviesraad uitgewerkt worden.
De ApneuVereniging wil er voor ijveren dat in de nieuwe
osas-richtlijn aangestuurd wordt op integrale behandelplannen,
waarbij op zijn minst álle gezondheidsklachten geadresseerd
worden.
De ApneuVereniging zal in de loop van 2007 een brochure
ontwikkelen voor nieuwe patiënten waarin wij hen alert maken op
samenhang van osas met andere gezondheidsklachten.
7. Goed structureren van de
proefperiode
|
Dan hebben we de diagnose osas. Als behandeling van de eerste
voorkeur wordt de cpap voorgesteld. Bij de grotere
slaapklinieken wordt vervolgens door de kliniek de behandeling
gestart en cpap en masker aangemeten. Bij 80-90% van de
klinieken in Nederland speelt de leverancier een grote dan wel
de hoofdrol. Hij houdt wellicht spreekuur in de kliniek of komt
bij de mensen thuis om het apparaat te installeren en het masker
aan te meten. Het vaststellen van de druk gebeurt in toenemende
mate door de autopap of via een formule.
De therapie bestaat uit een drukmasker over de neus, de mond of
beiden. Omdat het een drukmasker is, moet het met banden stevig
om het hoofd worden vastgemaakt. Patiënten vinden het een hele
ingreep. Het verstoort iedere gedachte aan intimiteit. Sommigen
gaan er zich claustrofobisch van voelen. Het idee dat dit masker
ieder uur van de nacht op moet; iedere nacht van het verdere
leven; gedurende tientallen jaren, roept weerstand op. Uit de
internationale literatuur blijkt dat 20-30% van patiënten
afhaakt omdat ze de therapie te beklemmend ervaren. Dat is
serieus, want voor stevige osas is er eigenlijk nauwelijks een
alternatief voor de cpap. Uit diezelfde literatuur blijkt dat de
begeleiding gedurende de eerste dagen/ weken cruciaal is voor de
compliance (gaat iemand het apparaat trouw gebruiken). De
afhakers vallen met name in die eerste weken.
Verbazingwekkend genoeg is er in Nederland geen
vergoedingsregeling voor deze proefperiode en laten we de
proefperiode aan het vrijwilligerswerk van de leverancier over.
Er zijn in Nederland geen harde cijfers bekend over de
slagingspercentages van de therapie. Er zijn ook geen indicaties
dat het slecht zou gaan. Er zijn wel een aantal indicaties om
opmerkzaam te blijven:
Uit recent onderzoek onder de leden van de ApneuVereniging bleek
18% de begeleiding bij plaatsing matig te vinden; 8% beoordeelde
deze als onvoldoende en 3% als echt onvoldoende. Ofwel 29% was
min of meer ontevreden. Let wel, dit zijn cijfers van mensen die
uiteindelijk gebruiker zijn geworden.
Uit datzelfde onderzoek bleek dat een grote meerderheid nog
steeds (grote) moeite heeft met het masker (fluiten, lekken,
striemen en open huid)
VGZ droeg in 2006 het beheer van zijn cpap’s over aan één
leverancier. In dat kader werden alle gebruikers thuis bezocht
en werd het gebruik gecontroleerd. Hierbij bleken conform
eerdere verwachtingen méér dan 10% van de machines buiten
gebruik.
De verzekeraars zetten de laatste jaren door aanbesteding de
prijs voor cpap’s en de maandvergoeding onder grote druk. Het is
de vraag of in die situatie nog wel terecht is een cruciaal
proces als de proefplaatsing aan vrijwilligerswerk over te
laten.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
De ApneuVereniging zal zich er in de commissie osas richtlijn
sterk voor maken dat er duidelijke criteria en richtlijnen komen
voor de proefplaatsing. Zij wil er bij de contacten met de
verzekeraars voor ijveren dat er een passende
vergoedingsregeling komt.
Iedere cpap registreert compliance. Onderdeel van de
proefplaatsing moet wat betreft de ApneuVereniging zijn het
uitlezen van de compliance en het rapporteren over
slagingspercentages op een uniforme wijze.
8. Keuzevrijheid en
vergoedingsregeling
|
In de proefperiode ervaart iemand de
voordelen van cpap of blijkt dat de nadelen overwegen. Duidelijk
wordt, als met goede begeleiding in de eerste dagen en weken de
behandeling aanslaat, iemand wel aan de cpap blijft. Controle na
een paar maanden volstaat. Dit blijkt uit internationaal
onderzoek en strookt met de ervaring van onze leden.
Periodieke controle op de behandeling zit er bij de meeste
Nederlandse slaapcentra niet in. De meeste (slaap-) klinieken
werken volgens het piepsysteem: als het niet goed gaat met de
patiënt, laat hij zich wel horen. Het ziet er niet naar uit dat
dit in de toekomst gaat veranderen. Ofwel de patiënt wordt
gezien als een mondige patiënt die zichzelf moet monitoren. Dat
kan.
Ook de jaarlijkse periodieke controle van het apparaat bij de
mensen thuis door de leverancier blijkt niet meer de norm.
Volgens sommigen is dat bij de huidige kwaliteit van de
apparatuur ook niet meer nodig. En de controle of de cpap nog
wel voldoende de therapie ondersteunt is een medisch oordeel en
geen zaak van de leverancier. Daarbij worden volgens andere
leveranciers de vergoedingen van de verzekeraars te beperkt om
daar het dure huisbezoek mee te betalen als het te weinig
toegevoegde waarde heeft.
Kortom de patiënt staat er ook nú al alleen voor na de
proefperiode. We hadden dat gevoel al. Maar worden daar met het
laatste tevredenheidsonderzoek in bevestigd en zien geen trends
de andere kant uit. Laten we dan consequent zijn. En de patiënt
de mogelijkheid geven zelf te kiezen.
De cpap-gebruiker ligt iedere nacht aan die slang, 365 nachten
per jaar, vele jaren lang. Hij/zij kent alle ongemakken van het
apparaat en is er voor de kwaliteit van zijn dagelijks leven op
aangewezen. Blijkens het laatste tevredenheidsonderzoek zijn er
grote verschillen tussen de dienstverlening van de verschillende
leveranciers, tussen maskers en apparaten. Cpap-gebruikers
ontwikkelen duidelijke voorkeuren. In het huidige systeem kunnen
deze voorkeuren niet tot hun recht komen. Door de collectieve
contracten wordt de keuzevrijheid verder beperkt.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
De ApneuVereniging ijvert voor een systeem dat de patiënt (na de
proefperiode) een periodieke vergoeding krijgt (vergelijkbaar
met het regime voor brillen en gehoorapparaten) waarmee hij zelf
zijn leverancier en apparaat kan kiezen en zo nodig bij kan
betalen als hij mooier en bijzonderder wil.
9. Standaard verstrekking
therapie-effectiviteit
|
Voor veel mensen is gezondheid een zorgeloos bezit. Een keer per
jaar verkouden; niet teveel eten en wat bewegen. Je kan er een
eind mee komen. Voor de osas-patiënt ligt dat toch wel even
anders. Na een jarenlange geschiedenis met onbegrepen klachten,
soms zelfs verkeerde behandelingen, volgt eindelijk de diagnose
osas. En nu met de cpap gaat het (stukken) beter met de
gezondheid, dus ook in het gezin en op het werk. Hoewel, je moet
goed op blijven letten. Er is nogal wat bijkomende schade
aangericht in het lichaam.
Niet alle klachten zijn verdwenen (zie
hiervoor). Het masker fluit en lekt regelmatig. Je voelt
regelmatig ook nog vermoeidheid en minder energie overdag. Je
wil de vinger aan de pols blijven houden. Gaat het wel goed ’s
nachts? Tegen deze achtergrond is het niet vreemd dat 83% van de
patiënten het (zéér) belangrijk vindt om de
therapie-effectiviteit uit te kunnen lezen. In het
tevredenheidsonderzoek worden vele motieven gegeven. In essentie
is de registratie van therapie-effectiviteit een logisch
sluitstuk van het regime waarbij we uitgaan van een mondige
patiënt die zelf aan de bel moet trekken als er iets niet goed
gaat.
Standpunt/activiteit
ApneuVereniging
|
De ApneuVereniging blijft er voor ijveren dat een cpap die
therapie-effectiviteit registreert de norm wordt voor de
verstrekking en de standaard voor de vergoeding door de
verzekeraar.
De ApneuVereniging wil er ook voor ijveren dat de gegevens uit
de registratie op een makkelijke manier bij de patiënt komen.
Als de software niet standaard wordt geleverd, dan een
toegankelijk systeem van laten uitlezen.
10. Hoofdlijnen diagnose en
behandeling
|
|
|
|
|
|
update pagina 05-03-2007
|
mail ons op:
|
|
|
|
|
|
|