|
|
|
 |
Slaapapneu en burn-out
|
Burnout, depressie of.... osas?
Sandra Strong/Piet-Heijn van Mechelen
( Dit is een bewerkte uitgave van een artikel dat eerder
verscheen in ApneuMagazine juni 2006)
Veel patiënten en partners hebben in de
aanloop van de diagnose geworsteld met de vraag wat hen nu
mankeerde. Daarbij kregen zij vaak, ook door professionals,
verkeerde etiketten opgedrukt.
We hebben de belangrijkste verschijnselen van burnout, depressie
en osas in aparte kadertjes gezet op deze pagina. Als je ze
doorneemt zie je op het eerste gezicht grote overeenkomsten. En
dat klopt. Toch zijn ook de verschillen aanzienlijk. En de
behandeling is een heel andere.
|
Kenmerken depressie
somber
lusteloos
s’ morgens moeilijk uit bed komen
niet meer kunnen genieten van leuke dingen
slecht kunnen concentreren
moe ook als je niets gedaan hebt
seksuele interesse neemt af
het idee dat je gevoel “dood” is
je eetlust neemt af of juist erg toe
deze verschijnselen duren langer dan 1 maand
Over depressie
Het is tegenwoordig vrij gebruikelijk als je in een dipje zit om
te zeggen dat je depressief bent. Maar dat is spraakgebruik.
Daarin staat een depressieve bui gelijk aan een dipje. Maar ook
al komt een groot aantal van de hier genoemde verschijnselen bij
onbehandelde osas voor, een depressie is een behoorlijk serieuze
psychische klacht. Die wordt gekenmerkt door langdurige
zwaarmoedigheid, tot en met het gevoel niet meer verder te
willen leven. Depressieve klachten komen vaak meer in een
familie voor. We kunnen dan spreken over depressieve
persoonlijkheden. De aanleg om makkelijk aan depressieve
gevoelens ten prooi te vallen, draagt zo iemand permanent met
zich mee en is in de verschillende levensfasen méér of minder
manifest. Naast medicijnen (anti depressiva) is therapie
noodzakelijk om enigszins normaal functioneren mogelijk te
maken.
Een depressie is niet
zomaar een dipje, maar een serieuze psychische
klacht.
|
|
|
|
Kenmerken burnout:
proces verloopt langzaam
reageert opgejaagd, doet extra werk
neemt zonder reden een snipperdag
komt moe terug van een uitrustvakantie
begint werk uit te stellen
snel geïrriteerd
verminderde concentratie
werkt onder of boven zijn niveau
Over Burnout
Burnout betekent letterlijk opgebrand. Tegenwoordig is het zo
geaccepteerd dat je van je werk opgebrand kan raken, dat de
diagnose burnout om de haverklap gesteld wordt. Ook veel van de
leden hebben daar mee te maken gehad. Naar mogelijk andere
oorzaken zoals apneu werd in het begin vaak niet gekeken.
Burnout is een uitputtingsreactie op langdurige (soms
jarenlange) stress; lichamelijk en psychisch. Het overkomt vaak
mensen die zich erg verantwoordelijk voelen: de ‘ideale’
werknemer; diegene die de kar trekt en vaak overwerkt (en
daarbij op zijn tenen loopt). Dit gaat door tot de
burnout-patiënt zich uitgeput voelt op alle fronten; er niets
meer uit zijn handen komt; problemen in de relatie en een
voortdurend gevoel van falen. Een populaire uitdrukking zegt:
van hard werken is nog niemand overspannen geraakt. En daar zit
veel waarheid in. Burnout heeft alles met spanning en frustratie
te maken die op deze manier werken met zich meebrengt En daar
zit ook de oplossing. Naast voldoende rust (op tijd en
regelmatig naar bed) en voldoende bewegen ( levert positieve
energie, gezond moe) is het zaak een lijst te maken van
irritaties thuis en op het werk. En te kijken of er per keer een
onderwerp op te lossen valt, waarover je piekert en wakker ligt.
Vermijd, zeker in het begin, ook mensen die teveel energie
vragen bijvoorbeeld door hun gezeur: sommige familieleden,
bepaalde collega’s of chefs.
Van hard werken is nog
niemand overspannen geraakt
|
|
|
|
Kenmerken
osas
slaperigheid overdag
prikkelbaar (kort lontje)
geheugen en concentratieproblemen
extreem moe
s’nachts vaak moeten plassen
nachtelijk transpireren
snurken
ademstilstanden!
ochtendhoofdpijn
spierpijn vooral benen nek en schouders
Over apneu en osas
Vrijwel alle verschijnselen die hiervoor in de lijstjes genoemd
zijn, komen ook bij osas patiënten voor. Door gebrek aan slaap
ontstaat concentratieverlies, verminderde seksuele
belangstelling, lusteloosheid, gebrek aan energie, verhoogde
prikkelbaarheid, slaperigheid overdag etc.. Daardoor ontstaan
weer spanningen in de relatie en op het werk.
Een aantal zaken is heel specifiek voor apneu en osas. Een deel
hiervan heeft te maken met de gevolgen van osas voor overdag.
Daarvoor is de Epworth toets ontwikkeld (zie ApneuSite onder
diagnose). Het zijn een aantal eenvoudig te beantwoorden vragen,
om te kijken of er mogelijk sprake is van een slaapstoornis.
Maar de meest specifieke zaken voor osas vinden we natuurlijk in
de nacht. Het kan zijn dat een osas-patiënt snurkt, dat is vaak
het geval maar hoeft niet altijd. Maar hij heeft in ieder geval
ademstilstanden. Als die langer dan 10 seconden duren noemen we
ze apneu. Een heel opvallend verschijnsel is het nachtplassen.
Als je niet in je diepe slaap komt, wordt geen anti diuretisch
hormoon aangemaakt. Dit is een hormoon dat in de hersenen
aangemaakt wordt en die het seintje aan de nieren door moet
geven dat het lichaam in rust is. Komt dit seintje niet, dan
gaat de vochtproductie gewoon door. Vandaar de behoefte om te
plassen. Een ander opvallend verschijnsel is het
nachttranspireren. Transpiratiegolven, een soort opvliegers,
komen ook bij depressie wel voor. Ze worden dan gezien als
angstaanvallen. Bij osas is nachttranspireren vrij stelselmatig.
Dit komt doordat , als je niet in de diepe slaapfase komt, ook
de thermostaat (bij de mens de schildklier) niet in de
nachtstand wordt gezet. Verder opvallend voor osas-patiënten is
het voorkomen van hoofd- en spierpijnen, met name in de ochtend.
Dit komt door het gebrek aan herstelslaap en de veelvuldige
aanspanning van de spieren door de wekreacties.
Hét kenmerk van apneu zijn
natuurlijk ademstilstanden en overdag in slaap
vallen.
Maar ook nachtplassen,
nachttranspireren en spierpijnen zijn kenmerkend.
|
Het lichaam is net een fabriek
Wat doet apneu met je? Door zuurstofgebrek en te weinig diepe
herstelslaap raakt de menselijke fabriek ontregeld. Er zijn
stoffen die in je hersenen die zorgen voor overdracht van
informatie. We noemen ze neurotransmitters. Stoffen zoals
serotonine, dopamine en noradrenaline beheersen emoties,
geheugen en de eetlust. Bij een tekort voel je je gedeprimeerd,
prikkelbaar, futloos, er ontstaat hoofdpijn, onvoldoende
controle over emoties etc.
Vooral de hypofyse, een klein orgaantje in de hersenen, kan veel
te lijden krijgen door apneu.
Zo maakt de hypofyse een aansturend hormoon voor vele organen,
o.a. voor de schildklier en bijnieren. De bijnieren maken in het
merg de “pep” hormonen adrenaline en noradrenaline en in de
schors cortisol en aldosteron. Bij onbalans kan dit het bekende
“korte lontje”veroorzaken. Noradrenaline is het hormoon dat je
nodig hebt voor je geheugen. Het lijkt dus vaak of een
apneupatient een “selectief” geheugen heeft, want het ene kan
hij wel onthouden en het andere is hij kwijt. Maar de waarheid
is anders, is je hormoon noradrenaline op of wordt het niet op
tijd aangemaakt dan slaan je hersenen de informatie niet op.
Je kan het vergelijken met een auto, je hebt een volle
benzinetank nodig om van A naar B te komen maar je hebt maar een
halve tank, dus val je onderweg stil. Door gebrek aan diepe
slaap raakt je hormonentankje maar halfvol. Je blijft ook ’s
nachts gebruiken. En nog belangrijker je maakt gedurende de
nacht onvoldoende aan. Niet genoeg om de dag door te komen. Een
middagdutje kan een beetje helpen om bij te tanken.
Apneu en antidepressiva
Anti depressiva kunnen helpen. De moderne antidepressiva werken
op heropname van serotonine. Dit geeft vaak wat meer energie en
verhogen juist je concentratie. Belangrijk is dat je deze
medicijnen overdag slikt, liefst in de ochtend anders kunnen er
problemen met slapen ontstaan en die hebben we immers al genoeg
gehad. Je moet ze wel minimaal 9 maanden blijven gebruiken. Als
je tussentijds stopt kunnen de depressieve gevoelens nog heviger
terugkeren.
Apneu en overgewicht
Overgewicht is een ander voorbeeld van een verstoring van het
systeem. Vroeger werd simpel gedacht dikke mensen krijgen
makkelijker osas, dus eerst maar afvallen. Maar het omgekeerde
kan je ook zeggen. Door osas wordt je makkelijker dik. Als je
niet in diepe slaap komt, kom je niet aan lichaamsherstel toe.
De eetlusthormonen ghreline en leptine zijn in onbalans. Je
lichaam gaat dan om extra koolhydraten vragen om het energiepeil
enigszins aan te kunnen vullen, dus krijg je trek, vaak in
ongezond eten. Door dit eten krijg je insulinepieken, die weer
honger veroorzaken, je krijgt meer slaap en uiteindelijk minder
energie. De cirkel is dan rond. Dus eerst beginnen met de
behandeling voor osas, anders is afvallen nauwelijks mogelijk.
Het is een geruststellende
gedachte dat die verontrustende psychische problemen
veroorzaakt worden door stofjes in de hersenen en
het bijnierschors.
|
|
|
|
Wat doet apneu?
Door zuurstofgebrek en te weinig herstelslaap:
verstoringen in de aanmaak van
neurotransmitters
verstoringen in de werking van de hypofyse
verstoringen in de aanmaak van bijnierschorshormonen
verstoring in de werking van de schildklier
door nachtelijke inspanning onvoldoende hormonen “over”voor de
dag. Tankje is snel leeg!
Een reparatieploeg en het komt in orde?
Het blijkt voor velen een geruststellende gedachte dat al die
psychische en relatieproblemen die ze de laatste jaren ervaren
hebben, terug te leiden zijn naar een gebrek aan bepaalde
stoffen in de hersenen, schildklier of bijnierschors. Het zit
toch niet alleen ‘tussen de oren’. De vraag is dan wel: komt het
automatisch goed als je aan de cpap bent? En zo is het dus niet.
De cpap zorgt dat er geen nieuwe zuurstoftekorten ontstaan zodat
de situatie niet verder verslechtert. Dat is maar een deel van
het verhaal. Ten eerste is het lichaam gewend geraakt aan
allerlei andere processen met veel activiteit in de nacht (er
wordt bijvoorbeeld tijdenlang teveel adrenaline aangemaakt).
Veel mensen ervaren vanaf de eerste nacht met de cpap
verbetering, maar merken vaak na ongeveer 2-3 maanden een
terugval, als de processen in het lichaam opnieuw ingeregeld
raken. Ten tweede wordt niet alles automatisch hersteld.
Afhankelijk van de periode dat osas onbehandeld bleef, is vaak
veel schade aan verschillende organen ontstaan. In de
vakliteratuur wordt er van uitgegaan dat volledig herstel wel 3
jaar kan vergen. Waarbij niet eens zeker is dat alles volledig
herstelt.
Alleen slapen met de cpap niet voldoende!
Maar de patiënt moet ook wat doen. Je krijgt niks voor niks. Als
je net met de behandeling van apneu bent gestart moet je het
lichaam rust gunnen om te kunnen herstellen. Je
neurotransmitters zijn nog helemaal uit balans, je krijgt nog
wat afkick verschijnselen van je lichaamseigen adrenaline die je
tijdens de onbehandelde nachten aanmaakte. Je bloeddruk en
hartspier moeten normaliseren. Maar zeker na een half jaar moet
je weer aan je conditie gaan werken. De cpap is een hulpmiddel,
maar je moet door eigen inspanning het voordeel binnenhalen.
Zoals hiervoor beschreven kan het goed zijn dat door de osas
teveel eetlustbevorderende hormonen geproduceerd zijn. Maar
daardoor zijn wel eetpatronen en gewoonten ontstaan, die nu
afgeleerd moeten worden. Het kan goed zijn dat door gebrek aan
energie het nauwelijks mogelijk was om te bewegen. Maar dat moet
nu dan wel weer opgepakt worden. Het helpt bij het afvallen en
verbetert de conditie. Door lichamelijke inspanning (wandelen,
zwemmen, fietsen of fitness) worden ook endorfines aangemaakt,
een soort lichaamseigen morfine. En zo werkt het ook. Ze geven
een goed gevoel. Zo zijn er meer gewoonten ontstaan die
afgeleerd moeten worden. In een vorig artikel (december 2005)
hebben we beschreven hoe veel mensen in de periode vóór de
ontdekking van osas, seks zijn gaan vermijden, omdat het niet
meer zo goed lukte. Schuldgevoelens en schaamte zullen
overwonnen moeten worden, anders ontstaat er nooit iets nieuws.
Kortom de cpap schept de voorwaarden voor een zo normaal
mogelijk functioneren. Met de acceptatie daarvan is de eerste
stap gezet. De rest zal je zelf moeten doen. Veel van de
resultaten zijn afhankelijk van de eigen inzet. Kortom er moet
gewerkt worden om op het voor jou haalbare niveau te komen.
|
|
|
Verschillen slaapapneu en burnout
Snurken
is geen kenmerk van burnout, doorgaans wel van slaapapneu.
Het
voorkomen van apneus wijst op slaapapneu; een heteroanamnese is
hiervoor van groot belang (en in mindere mate ook voor het
snurken).
Apneupatiënten klagen over slaperigheid overdag, terwijl burnout
patiënten in de regel meer over vermoeidheid spreken.
Mentale
vermoeidheid is het kernsymptoom van burn-out; bij slaapapneu
staat dit minder op de voorgrond en de klachten treden pas later
in het beloop op.
Slaapapneu is een erfelijke ziekte; voorkomen van slaapapneu in
de familie moet de onderzoeker alerter maken op deze diagnose.
Nekomvang, roken en overgewicht hangen samen met slaapapneu,
maar niet met burn-out.
Een
relatie met werkstress (hoewel dit een subjectief gegeven is)
moet bij burn-out aanwezig zijn; bij slaapapneu is dit geen
factor van belang.
Het onderscheid zou zo eenvoudig kunnen zijn. Als iedere
Nederlander van apneu wist, zou hij bij zijn huisarts kunnen
melden dat hij denkt dat zijn klachten daarmee samenhangen. Voor
huis- en arboartsen, psychologen en psychiaters zou het tot de standaardvragen moeten horen
bij de gedachte aan burn-out:
Snurkt
u?
Heeft uw
partner met u wel eens gesproken over ademstilstanden tijdens uw
slaap?
|
|
|
|
|
update pagina 18-10-2006 |
mail ons op:
|
|
|
|
|
|